Wormmanagement bij paarden: waarom voorkomen beter is dan genezen

Wormen horen bij het leven van een paard. Vrijwel ieder paard komt tijdens zijn leven in aanraking met inwendige parasieten. Dat betekent echter niet dat ieder paard ziek wordt of automatisch ontwormd moet worden. Modern wormmanagement draait niet om het volledig uitroeien van wormen, maar om het behouden van een gezonde balans waarbij de parasitaire belasting zo laag blijft dat het paard er geen gezondheidsproblemen door ondervindt.

Ontwormen is niet hetzelfde als wormmanagement

Jarenlang werden paarden op vaste momenten ontwormd, ongeacht of dat noodzakelijk was. Inmiddels weten we dat deze aanpak kan leiden tot resistentie. Wormen worden dan minder gevoelig voor ontwormingsmiddelen, waardoor behandelingen in de toekomst minder goed kunnen werken. Daarom wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor selectief ontwormen op basis van mestonderzoek en de individuele situatie van het paard.

Besmetting begint op de weide

De meeste wormen verspreiden zich via een eenvoudige maar effectieve levenscyclus. Volwassen wormen leggen eitjes die met de mest op de weide terechtkomen. Onder gunstige omstandigheden ontwikkelen deze zich tot larven, die langs de grassprieten omhoog kruipen. Tijdens het grazen neemt het paard deze larven ongemerkt op, waarna de cyclus opnieuw begint. Hoe meer besmette mest op een weide blijft liggen, hoe groter de infectiedruk wordt.

Mestonderzoek vertelt een belangrijk deel van het verhaal

Een mestonderzoek laat zien hoeveel wormeitjes een paard op dat moment uitscheidt. Dat maakt het een waardevol hulpmiddel om te bepalen of behandeling nodig is. Toch vertelt een mestonderzoek niet alles. Sommige parasieten, zoals lintwormen of aarsmaden, worden minder goed aangetoond en larven die zich in de darmwand hebben ingekapseld blijven volledig buiten beeld. Daarom moet een uitslag altijd worden beoordeeld samen met de leeftijd, gezondheid, voorgeschiedenis en leefomstandigheden van het paard.

Niet ieder paard loopt hetzelfde risico

Jonge paarden zijn gevoeliger voor worminfecties omdat hun afweersysteem nog in ontwikkeling is. Vooral spoelwormen kunnen bij veulens en jonge paarden ernstige problemen veroorzaken. Oudere paarden of paarden die herstellen van ziekte kunnen eveneens kwetsbaarder zijn. Gezonde volwassen paarden bouwen vaak een zekere weerstand op, maar ook zij blijven regelmatig controle nodig hebben.

Goed weidebeheer maakt het verschil

Een effectief wormbeleid bestaat uit meer dan alleen ontwormen. Regelmatig mest verwijderen uit de weide of paddock verlaagt de besmettingsdruk aanzienlijk. Ook voldoende weideruimte, schoon drinkwater, goede hygiëne en een doordacht beleid voor nieuwe paarden helpen om de verspreiding van parasieten te beperken. Een ontwormingsmiddel verwijdert aanwezige wormen, maar maakt een besmette weide niet schoon. Zonder goed weidebeheer kan een paard zich daarom snel opnieuw besmetten.

De belangrijkste boodschap

Wormmanagement draait om het vinden van een gezonde balans. Door mestonderzoek te combineren met verstandig ontwormen, goed weidebeheer en aandacht voor de individuele situatie van ieder paard, kan de infectiedruk laag blijven en wordt onnodig gebruik van ontwormingsmiddelen voorkomen. Dat beschermt niet alleen de gezondheid van het individuele paard, maar helpt ook om ontwormingsmiddelen effectief te houden voor de toekomst.

 

Wil je weten wat de rode bloedworm is en wat deze doet.. lees dan ook het artikel Rode Bloedworm