De rode bloedworm bij paarden

De rode bloedworm is een van de meest voorkomende inwendige parasieten bij paarden. Vrijwel ieder paard komt er tijdens zijn leven mee in aanraking. In kleine aantallen veroorzaken deze wormen vaak weinig problemen, maar wanneer de besmetting groter wordt of veel larven tegelijkertijd actief worden, kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontstaan. Juist omdat een paard lange tijd nauwelijks klachten kan laten zien, is de rode bloedworm een parasiet die vaak wordt onderschat.

Wat is de rode bloedworm?

Met de term rode bloedworm worden meestal de kleine bloedwormen (Cyathostominae) bedoeld. Dit is geen enkele wormsoort, maar een groep van meer dan vijftig verschillende soorten rondwormen die allemaal een vergelijkbare levenswijze hebben. Ze leven als volwassen wormen in de blindedarm en dikke darm van het paard. Hun roodbruine kleur ontstaat doordat zij zich voeden met bloed en weefselvocht uit de darmwand.

Naast de kleine bloedworm bestaat ook de grote bloedworm (Strongylus vulgaris). Deze soort kwam vroeger veel voor en kon ernstige schade aan de bloedvaten veroorzaken. Door gerichte ontwormingsprogramma's wordt de grote bloedworm tegenwoordig veel minder vaak aangetroffen. De kleine bloedworm is inmiddels de belangrijkste worminfectie bij paarden in Nederland en België.

Hoe raakt een paard besmet?

Een paard raakt besmet tijdens het grazen. Volwassen bloedwormen leggen eitjes in de dikke darm. Deze verlaten het lichaam via de mest en komen op de weide terecht. Wanneer de temperatuur en de luchtvochtigheid gunstig zijn, ontwikkelen de eitjes zich tot larven. Uiteindelijk ontstaat de infectieuze derde larve, ook wel de L3-larve genoemd.

Deze larven kruipen vanuit de mest omhoog langs de grassprieten. Vooral in de vroege ochtend, wanneer er dauw ligt, of na een regenbui bevinden veel larven zich op het gras. Tijdens het grazen neemt een paard deze larven ongemerkt op.

Besmetting verloopt dus niet rechtstreeks van paard naar paard, maar altijd via een besmette weide.

De levenscyclus van de rode bloedworm

De levenscyclus van de rode bloedworm begint met een eitje dat via de mest op de grond terechtkomt. In de mest ontwikkelt zich eerst een jonge larve. Na twee vervellingen ontstaat de infectieuze L3-larve. Dit is het stadium waarmee paarden besmet raken.

Na opname tijdens het grazen bereikt de larve de dikke darm. Daar dringt zij de darmwand binnen. In plaats van zich direct verder te ontwikkelen, kan de larve zich inkapselen in de darmwand. Dit wordt hypobiose genoemd. Tijdens deze rustfase is de larve nauwelijks actief en produceert zij geen eitjes.

Deze ingekapselde larven kunnen maandenlang in de darmwand aanwezig blijven. Soms bevinden zich duizenden slapende larven tegelijk zonder dat het paard duidelijke ziekteverschijnselen laat zien.

Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, verlaten de larven de darmwand en ontwikkelen zij zich verder tot volwassen wormen. Pas dan beginnen zij opnieuw eitjes te produceren, waarmee de levenscyclus opnieuw start.

Waarom zijn ingekapselde larven zo gevaarlijk?

De meeste schade ontstaat niet door de volwassen wormen, maar door de larven in de darmwand.

Wanneer grote aantallen larven zich tegelijk uit de darmwand losmaken, ontstaat een ernstige ontsteking van de darm. Dit ziektebeeld wordt larvale cyathostominose genoemd. De darmwand raakt hierdoor beschadigd, waardoor voedingsstoffen minder goed worden opgenomen en er vocht en eiwitten verloren gaan.

Paarden kunnen hierdoor plotseling ernstige diarree ontwikkelen, sterk vermageren, koliek krijgen en in ernstige gevallen zelfs overlijden. Vooral jonge paarden en paarden met een hoge besmettingsdruk lopen een verhoogd risico.

Kunnen rode bloedwormen zonder paard overleven?

Ja, maar alleen in bepaalde ontwikkelingsstadia.

De volwassen worm leeft uitsluitend in het paard en sterft snel zodra hij het lichaam verlaat. De infectieuze L3-larven zijn daarentegen uitstekend aangepast aan het leven op de weide.

Onder koele en vochtige omstandigheden kunnen deze larven zes maanden tot soms zelfs meer dan een jaar overleven. Tijdens zachte winters blijven veel larven actief aanwezig op de weide, waardoor paarden vrijwel het hele jaar besmet kunnen raken.

Warm, droog weer verkort de overleving aanzienlijk. Bij langdurige droogte trekken de larven zich terug in de mest of dicht tegen de bodem, waar zij beter beschermd zijn tegen uitdroging.

Kunnen rode bloedwormen zich op het gras vermenigvuldigen?

Nee. De ontwikkeling op de weide stopt zodra de infectieuze L3-larve is gevormd.

Voor de verdere ontwikkeling is altijd een paard nodig. Alleen in het paard kunnen de larven uitgroeien tot volwassen wormen die opnieuw eitjes produceren. Zonder gastheer sterven de larven uiteindelijk af en stopt de levenscyclus vanzelf.

Waarom is mestonderzoek niet altijd voldoende?

Bij een mestonderzoek worden uitsluitend de eitjes geteld die volwassen wormen uitscheiden.

Ingekapselde larven produceren geen eitjes en blijven daardoor volledig onzichtbaar tijdens een standaard mestonderzoek. Een paard kan daarom een lage of zelfs negatieve uitslag hebben, terwijl zich duizenden larven in de darmwand bevinden.

Daarom wordt een mestonderzoek altijd beoordeeld in combinatie met de leeftijd van het paard, de voorgeschiedenis, het ontwormingsbeleid en het weidemanagement.

Welke klachten kunnen optreden?

Veel paarden met een lichte besmetting laten geen duidelijke symptomen zien. Naarmate de wormbelasting toeneemt, kunnen de klachten langzaam ontstaan. Vermagering ondanks voldoende voeding, een doffe vacht, verminderde conditie, terugkerende koliek, wisselende mest en een verminderde weerstand behoren tot de meest voorkomende verschijnselen.

Wanneer veel larven tegelijkertijd uit de darmwand komen, kan een paard plotseling ernstig ziek worden. Ernstige diarree, uitdroging, eiwitverlies, sloomheid en snel gewichtsverlies zijn dan kenmerkende symptomen die direct veterinaire aandacht vereisen.

Hoe kun je besmetting beperken?

Een effectieve wormbestrijding bestaat uit veel meer dan alleen ontwormen. Regelmatig mest verwijderen uit de weide verlaagt de besmettingsdruk aanzienlijk, omdat hierdoor minder eitjes de kans krijgen zich tot infectieuze larven te ontwikkelen. Ook een passend weidebeheer, waarbij niet te veel paarden op hetzelfde perceel lopen, helpt om de hoeveelheid larven op het gras te beperken.

Daarnaast speelt mestonderzoek een belangrijke rol bij het volgen van volwassen worminfecties. Op basis van de uitslagen en de individuele situatie van het paard kan samen met de dierenarts een verantwoord ontwormingsplan worden opgesteld. Dit voorkomt onnodig ontwormen en helpt tegelijkertijd de ontwikkeling van resistentie tegen ontwormingsmiddelen te beperken.

Samenvatting

De rode bloedworm is de belangrijkste inwendige parasiet van het paard. Besmetting vindt plaats via infectieuze larven die zich op besmet gras bevinden. Na opname kunnen deze larven zich maandenlang inkapselen in de darmwand, waar zij onzichtbaar blijven voor een standaard mestonderzoek. Vooral wanneer veel larven gelijktijdig uit de darmwand komen, kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontstaan. Een goede wormcontrole bestaat daarom uit een combinatie van mestonderzoek, verantwoord ontwormen en zorgvuldig weidemanagement. Door deze maatregelen met elkaar te combineren kan de besmettingsdruk laag worden gehouden en blijft de kans op ziekte zo klein mogelijk.

 

Wil je meer weten? Lees dan ook:  wormmanagement bij paarden